Jelmer

 Email

25/04

Comments:
@Aarnoud
>Dat doe ik ook, want ik geloof wel degelijk
Misschien kun je wat duidelijker zijn over wat je dan precies gelooft. Want als je gelooft in een onrechtvaardige en wraakzuchtige god die regelmatig woedeaanvallen heeft en die dan meedogenloos botviert op de mensen, tja, dan lijkt dat wel erg op de god van de bijbel.
Maar als je gelooft dat die god van de bijbel een rechtvaardige en liefdevolle god is, dan heb je heel wat uit te leggen, want als we de bijbel moeten geloven dan doet die god nogal wat dingen die wij niet bepaald als rechtvaardig en liefdevol zouden bestempelen.


Aarnoud de Hamer

 Email

23/04

Comments:

Geachte dames, heren,

Een bijzonder interessante site. Fijn dat u de zaken kritisch bekijkt. Niet, dat ik het met alles eens ben. Maar kritisch probeer ik zelf ook te zijn [ik vergelijk Samuël-Koningen/Kronieken]. Graag heb ik dat mensen ook mijn werk kritisch lezen. Zie het volgende daarom niet als negatieve kritiek, maar eerder als hulp.
U schrijft onder "David":

Saul vraagt een Amalekiet om hem te doden zodat hij niet in de handen van de vijand zal vallen. Deze goede man voldoet aan Saul's wens, neemt zijn kroon en armband en brengt deze samen met het slechte nieuws naar David die hem prompt als dank dood laat slaan.

Volgens het Bijbelverhaal is dat niet zo. De Amalekiet had het verhaal maar verzonnen. Saul heeft, volgens de overlevering, zichzelf gedood
[1 Samuël 31:4]. Dat neemt niet weg dat David volgens 2 Samuël 1 inderdaad dacht dat het wel waar was, en dat ook ik zijn handelen wel erg hardvochtig vind, en David niet direct mijn vriend zou zijn. Zie echter ook 1 Kronieken 22:8. Wat de Kroniekschrijver hier schrijft is bepaald niet onbelangrijk.

Echt kritisch heb ik uw site (nog) niet bekeken. Bij toeval kwam ik dit punt tegen. Overigens, probeer niet te fel te zijn. Dat hoeft helemaal niet. Sommige van uw punten zijn duidelijk genoeg. En kunnen nog wat verder worden uitgediept. En over andere kan men anders denken. Dat doe ik ook, want ik geloof wel degelijk.

Met vriendelijke groet,
Aarnoud de Hamer
----------------------------------------------------------------------------------  
ANTWOORD REDACTIE: 

Beste Aarnoud dank voor uw reactie.

Quote: "Volgens het Bijbelverhaal is dat niet zo."

Die "Bijbelverhalen" zijn blijkbaar niet erg betrouwbaar want in 1Kronieken 10 wordt ook de dood van Saul beschreven maar het opmerkelijke voorval van een Amalekiet die de kroonjuwelen komt inleveren bij David komt daarin niet voor.

Quote: "Volgens het Bijbelverhaal is dat niet zo. De Amalekiet had het verhaal maar verzonnen. "

U heeft helemaal gelijk. We kunnen natuurlijk nooit uitsluiten dat wat erin de Bijbel geschreven staat gewoon verzonnen is.

Quote: "Wat de Kroniekschrijver hier schrijft is bepaald niet onbelangrijk."

Wat David hier zegt kan dus net zo als in het geval van de Amalekiet ook gewoon door hem verzonnen zijn.

Quote: "Sommige van uw punten zijn duidelijk genoeg. En kunnen nog wat verder worden uitgediept. En over andere kan men anders denken."

Wij zijn erg benieuwd naar uw visie op door God gesanctioneerde slavernij en genocide.


 

Geachte redactie,

 

Aanvankelijk zag ik alleen de reactie van Jelmer, en wachtte ik op een nader antwoord. Toen zag ik dat uw reactie direct onder mijn suggestie stond, waarvoor mijn dank. Ook toen heb ik mijn antwoord nog een poosje laten bezinken, en ben wat verder op uw site gaan lezen. Daar ben ik nog niet mee klaar. Voorts waren er technische problemen met betrekking tot de verdere opbouw van mijn site.

Maar wanneer ik moet wachten op het schrijven van een antwoord nadat ik alles gelezen [en verwerkt] heb, duurt het wat al te lang. Vandaar bij dezen. Een poging.

 

U begint uw antwoord met de opmerking:

Die "Bijbelverhalen" zijn blijkbaar niet erg betrouwbaar want in 1Kronieken 10 wordt ook de dood van Saul beschreven maar het opmerkelijke voorval van een Amalekiet die de kroonjuwelen komt inleveren bij David komt daarin niet voor.

De relatie tussen Samuël-Koningen en Kronieken is vrij complex. De Kroniekenschrijver wist van het bestaan van het boek Koningen, of liever gezegd van een boek Koningen: hij heeft dat intensief gebruikt. Hij zag het niet als zijn taak de hele stof van Koningen over te nemen: hij verwijst zeer regelmatig naar dit boek, zoals Koningen regelmatig naar een boek Kronieken verwijst, en naar een boek Kronieken van de koningen van Israël, dat nu niet meer voor handen is. Op grond daarvan [van zo’n weglating] veronderstellen dat de Bijbelverhalen onbetrouwbaar zijn is wat te kort door de bocht, denk ik, hoezeer ook ik mijn bedenkingen heb bij de historische betrouwbaarheid van de boeken: maar dat blijkt niet uit een weglating; althans: niet uit deze weglating. Helemaal onbetrouwbaar zijn de boeken overigens bepaald ook niet [en dan bedoel ik de feitelijke gegevens].

Tsja, de Amalekiet; een detail. Dat u zegt dat er verdichting in het spel kan zijn op verschillende niveaus zal ik niet graag ontkennen. Vandaar ook dat ik de neutrale term “verhaal” heb gebruikt en dat ik het had over “De Kroniekschrijver zegt”.

Maar of het verhaal nu waar gebeurd is of niet, feit is dat het verhaal zegt dat de Amalekiet voorgaf Saul te hebben gedood; dat geeft u zelf toch toe. Bij uw weergave gaat het er toch om, heb ik de indruk, weer te geven wat daadwerkelijk in de Bijbel staat, of dat nu waar is of niet. Overigens, het gegeven dat de tekst zegt dat de Amalekiet de doodslag niet heeft uitgevoerd, maakt het verhaal naar mijn opvatting nog schrijnender. Volgens het verhaal had hij het niet gedaan.

Dat het al dan niet “waar” zijn voor de argumentatie feitelijk weinig uitmaakt doet zich ook voor met betrekking tot 1 Kronieken 22:8. Al zou het niet gaan om een weergave van de historische werkelijkheid, dan nog is het opmerkelijk dat er in dat geval deze woorden klaarblijkelijk van een herwaardering getuigen van het vele oorlogsgeweld, of dat oorlogsgeweld nu fictief is of daadwerkelijk heeft plaatsgevonden: want ook dat staat ter discussie. Hierbij is het niet onbelangrijk dat Kronieken van veel later datum is dan Koningen en dat dit boek in de Hebreeuwse Canon [zoals wij die nu kennen] ook een heel andere plaats krijgt toebedeeld.

Deze ontwikkeling [herwaardering van het oorlogsverleden en van geweld] gaat in het Nieuwe Testament nog veel verder. Men moet de Evangeliën toch werkelijk geweld aan gaan doen, bijvoorbeeld, om Christus als vrijheidsstrijder te willen zien, zoals sommigen dat verdedigen. Het beeld dat in alle Evangeliën, alle verschillen ten spijt, geschilderd wordt, is dat Zijn missie geweldloos was: heb uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen [Mattheüs 5:44]; Vader, vergeef het hun, etc. Hier wordt liefde gepredikt en geen haat. En wat dat kan doen: https://www.opendoors.nl/vervolgdechristenen/chavi-uit-egypte/

Ontken ik daarmee dat in de Bijbel door de Heere gesanctioneerde genocide voorkomt? Nee, ik heb het zelf al eens te berde gebracht. En of dit nu mijn uitlating was of die van iemand anders, later is er een preek gehouden over de oorlogswetten in Deuteronomium 20, waarbij gesteld werd dat iedere stad eerst de vrede toegeroepen werd. En inderdaad: men kan het zo uitleggen [vergelijk echter met Jozua 9]. Dat neemt niet weg dat de verzen 16 en17 toch wel heel erg duidelijk zijn. Toch zijn die 7 [letterlijk of symbolisch?] volken volgens Richteren niet uitgeroeid. Dat doet aan de ernst van de zaak niet af. Christus leerde daarentegen radicaal anders; in eschatologisch opzicht weliswaar niet, maar in het hier en nu wel degelijk.

Ook ontken ik niet dat de Bijbel zich niet keert tegen slavernij. Maar kan men wel verdedigen dat de de Heere slavernij menselijker wilde maken. Christelijke meesters moesten goed zijn voor hun slaven. Leest u eens de brief van Filémon, die u aanhaalt maar niet verder toelicht. Dat is een prachtige brief. Denkt u dat Filemon ooit Onesimus nog gewoon als slaaf heeft kunnen laten werken na dit schrijven? Ziet u niet hoe Paulus Filemon moreel zwaar onder druk zet? Is er in dit opzicht geen opgaande lijn te bespeuren, die in na-Bijbelse tijd gewoon is voortgezet?

Maar naar de letter: wordt slavernij veroordeeld? Nee, toen en daar niet.

 

U komt soms zo hardvochtig over, naar mijn smaak soms te hardvochtig. Men moet eerlijk zijn, dat ben ik helemaal met u eens. Maar bent u objectief? Een stuk nuancering hoort hier toch ook bij. Het overspel van David met Bathseba wordt in de Schrift zwaar bekritiseerd. Een profeet wordt naar hem toegezonden. Hij krijgt ramp op ramp te verduren. Is het wel historisch? Het kan natuurlijk fictie zijn, maar ik kan niet direct een reden bedenken waarom de schrijver van Koningen zoiets zou moeten hebben verzinnen. Kijk ik naar de buurlanden, dan zie ik dat, wanneer koningen in later tijd in ongenade gevallen waren, alles wat aan hen herinnerde werd afgebroken en weggepoetst. En dat de “goede” koningen werden verheerlijkt, waarbij juist al het negatieve, het kritische, werd weg gefilterd. Dat is trouwens tot de dag van vandaag zo in dictaturen [Stalin in het recente verleden, de dictators van Noord-Korea nog steeds]. Maar op verschillende plaatsen in de Bijbel worden de fouten en tekortkomingen, ook van een modelkoning als David, onbarmhartig blootgelegd. [In Kronieken overigens lijkt er wel met opzet het een en ander weggelaten.]

Naast uw vragen, is er de kritische reactie van een zekere Jelmer. Wat mij hierbij opvalt is, dat de achternaam ontbreekt. Dat is ook zo bij “Johannes”. Ik kan iets gemist hebben, maar maakt de redactie zich bekend? Is men bang? [Daar zou u zich niet voor moeten schamen, overigens, daar kan grond voor zijn, jammer genoeg]. Heeft men iets te verbergen? Mijn raadt zou zijn, mijn oproep [tenzij u anders in de problemen zou komen]: Strijdt toch gewoon met open vizier. Dat doe ik toch ook? Wellicht bent u vergeten zich voor te stellen. Dat was ik namelijk zelf ook: ik zag het nu pas, en dat na jaren.

Wat ik verder bij deze en andere reacties opvalt is de agressieve toon. Men lijkt kwaad te zijn. En wat de website betreft: de site lijkt, gezien de gebruikte vertaling, en gezien de argumentatie en de onderwerpen, zich af te zetten tegen het Reformatorische gedachtengoed. En daarmee, tegenover het dogmatisme vanuit kerkelijke hoek, er een niet-kerkelijk dogmatisme tegenover te stellen.

Misschien voelt men zich tekort gedaan. Misschien heeft men wel onder druk gestaan. Misschien is men in zeker opzicht getraumatiseerd. En dan zou ik het wel kunnen begrijpen, ofschoon ik het ook dan nog steeds niet zou aanraden. Ik ben opgegroeid in een wereld waar dat niet zo was. Waar men weliswaar geloofde, maar waarbij men toch iedereen vrij liet; waarbij de ander, ook al dacht hij anders werd [en wordt] gerespecteerd, en gewaardeerd. Niet altijd en overal, maar meestal wel. Het al dan niet vrijlaten van de ander, de eigen kinderen incluis, hangt overigens niet van de gezindte of zelfs levensbeschouwing af: men treft het een zowel als het ander [dwang / vrijlaten] overal aan.

Wanneer ik Jelmers reactie lees, dan zie ik dat hij denkt dat geloven een zaak is van dogmatiek. Er is sprake van een “God van de Bijbel”: de Bijbel, die van Genesis tot en met Openbaring één en dezelfde boodschap uit dient te dragen. Maar er zijn ook mensen die geloven in een voortschrijdende openbaring. Men kan de Bijbel onverkort al het Woord Gods zien, maar men kan ook een visie hebben als ds. Nico ter Linden, Het verhaal gaat, waarbij de verhalen echt als verhalen worden beschouwd [literaire producten]. Of er iets tussenin, waartoe ik behoor. Waar veel meer ruimte is voor het menselijke element in de Schrift. Waar het ene boek het andere niet hoeft te zijn. Iemand in de 19e eeuw, die toch wel conservatief was, schreef eens: de Bijbelschrijver waren Gods penvoerders, niet Zijn pennen. Zelf denk ik dat het menselijk element heel belangrijk is, en dat elk boek zijn eigen achtergrond heeft, en vaak ook zijn eigen theologie.

Maar ik geloof wel, zoals ik al eerder zei, en waar Jelmer meer informatie over wenst. Wel, ik wil het  vanuit een heel andere hoek benaderen. Ik pretendeer niet de waarheid in pacht te hebben: ik kan er soms helemaal naast zitten. En van heel veel dingen begrijp ik helemaal niets. Dogmatisch is het volgende dus niet te verstaan.

Kijk ik in de natuur, de levende en de dode natuur, de bloemen, planten, dieren, de mens; naar de opbouw van ons zonnestelsel, ons melkwegstelsel, het stelsel van melkwegstelsels waar dat weer deel van uitmaakt; de opbouw van moleculen en atomen, het periodiek stelsel der elementen, dan getuigt alles, maar dan ook letterlijk alles, van orde. Alle geleerden tezamen kunnen nog geen grassprietje, of misschien beter: graspolletje, functionerend, in elkaar zetten. Maar al wat de mens al wel weet doet ons duizelen: hoe bestaat het dat het bestaat. Een ree raakt bevrucht; toch komt de embryo pas tot ontplooiing op het moment dat de natuur daarvoor rijp is. Die zorg voor het leven getuigt, denk ik, van liefde.

Chaos is volgen mij het meest logische. Volgens mij zit een Meesterbrein achter het ontwerp van de levende en ‘dode’ natuur. Wie heeft de mens geleerd dat iets mooi is? Waarom is iets mooi? Wie heeft een kind de wiskundige formules geleerd om de harmonie van tonen, die aan muziek ten grondslag ligt, te begrijpen en te waarderen?

Daarnaast zijn er ziekten. Ziekten, waar alle geleerden tezamen maar niet uit lijken te komen. En wat wij er wel van weten, laat zien hoe geslepen zij in elkaar lijken te zijn gezet. Heel knap. Daar zit ook een brein achter, denk ik. Een brein, dat er klaarblijkelijk behagen in schept om leed te berokkenen. Met duizenden jaren ervaring: de satan met zijn trawanten. Daar komen volgens mij ook de verschrikkingen in de natuur vandaan.

Anderen zullen zeggen: dat is alles geëvolueerd. En ook hier zullen goede redenen aan ten grondslag liggen. Daar dient ook naar geluisterd te worden. Dat dient niet zomaar als onzin te worden bestempeld, en aan de kant te worden geschoven. En: even goede vrienden.

Heeft u al eens gekeken wat andere religies als antwoord geven? Over een strijd tussen goden; of de koe als oermoeder? Maar ik denk toch niet dat het zo zit. Dan denk ik dat in de Schrift, zonder dat ik het met alles eens ben, eens hoef te zijn, toch wel een richting wordt aangegeven; toch dingen staan, die eenvoudig zo zijn; of althans: zo kunnen zijn; waarvan ik denk [heel persoonlijk dus], dat ze zo zijn.

Vraagt men mij dan: waarom bestaat dan het kwaad, en waarom dan al zo lang? Het is mij een volslagen raadsel. Wat te denken over de raad Gods? Ik weet het niet. [“De raadsbesluiten Gods zijn ondoorgrondelijk”]. Feit is ook: ik kan bepaalde dingen misschien niet leuk vinden, maar dat is nog geen reden aan te nemen dat zij niet bestaan. Wat de Heere betreft: ik geloof toch, ondanks de dingen die ik niet begrijp of zelfs onjuist vind [waarbij toch bepaald niet onbelangrijk is dat de Bijbel op punten aantoonbaar niet betrouwbaar is – en misschien moeten we daar wel heel blij en dankbaar om zijn: zo zie ik het], de Heere toch in de eerste plaats liefde is, zoals 1 Johannes 4:8, 16 weergeeft [waarbij ik dus helemaal niet ontken dat er gedeelten in de Schrift staan die een ander beeld (b)lijken te geven]. Laten wij, links en rechts, vooral eerlijk zijn, blijven luisteren, vriendelijk en begripsvol blijven, en elkaar vrijlaten.

Nog een andere reden voor mij om te geloven is, dat ik soms dingen in de toekomst heb gezien. Niet veel. Niet alles wat ik zie is uitgekomen, zeker niet. Soms gebeurt er iets wat ik niet had verwacht. Maar als het wel gebeurt, dat plotseling een droom uitkomt, dan sta je toch echt te kijken, dat kan ik u wel vertellen. Dat komt niet omdat ik zo heilig of zo vroom ben of zo, helemaal niet. Maar het gebeurt. En dat is raar. Een mens ziet niets in de toekomst. Dat bestaat niet. En toeval? Dan is dat toch wel heel erg toevallig. Daar geloof ik niets van. Dominee Hendrikse heeft mij toevertrouwd dat, als hij gezien had wat ik heb gezien, hij zijn boek niet zo had geschreven. En wat meer is: verschillende mensen hebben datzelfde tegen hem gezegd: hij heeft het mij zelf verteld. [Daarbij (bij die dromen, bedoel ik) krijg ik de indruk, al is de uitspraak oorspronkelijk iets anders bedoeld: “de werking van de Geest is onwederstandelijk”].

U komt soms zo verbitterd over. Zo boos. Of ook wel balorig. Dat lijkt mij toch niet de bedoeling. Respect voor de ander is denk ik heel belangrijk: naar u toe, maar van u toe ook naar de ander. Wellicht werpt u tegen zelf niet respectvol te zijn behandeld. Dat kan zo zijn, maar dan altijd door een beperkte groep van personen. En: vliegen vangt men met stroop, niet met azijn . . . .

Kijk eens hoe anderen dat hebben geformuleerd: wijlen professor Schillebeecx van de – vroeger Katholieke – Universiteit van Nijmegen: Jezus, het verhaal van een levende, gewoon te downloaden op de site van de DBNL. Of de werken van de hierboven genoemde dominee [u overigens wel bekend, dat heb ik gelezen op uw site], die in zijn eerste boekje, Geloven in een God die niet bestaat zich heel vriendelijk uitlaat naar behoudende gelovigen, echt als een pastor [p. 29: “Ik groeide op te midden van mensen die ervan overtuigd waren dat God bestaat en die daar hun leven naar inrichtten. Aan velen van hen denk ik met genegenheid en respect terug. En datzelfde respect gaat uit naar mensen die nu leven vanuit de overtuiging dat God bestaat. Natuurlijk ben ik het niet met hen eens, want ik ben ervan overtuigd dat God niet bestaat”; zie ook p. 18; wil wel mensen voor zijn standpunt winnen: p. 20]. Denk aan de werken van Hans Küng. Of van een heel andere orde: aan het werk van ds. Nico ter Linden: Het verhaal gaat. En dacht u dat liberalen het altijd met elkaar eens zijn? Professor Kuitert schrijft in het voorwoord van Geloven in een God die niet bestaat: “Hoe het begon – ik geloof er niets van dat het zo gelopen is als de auteur aangeeft, maar dat doet er absoluut niet toe . . .” [p. 7 – lees ook pp. 39-40!].

Ik ben opgegroeid in een omgeving met veel Reformatorische Christenen. Mijn ervaringen waren zonder enige uitzondering positief. De prachtige orgelmuziek van de buren wanneer ik aan het leren was maakte mij rustig. De contacten met hen waren goed, de gesprekken opbouwend en interessant. Zo ben ik ooit op een mooie woensdagavond meegenomen door een klasgenoot en buurjongen naar een preek over Naäman de Syriër, waarbij Psalm 103:8 werd gezongen: “Gelijk het gras is ons kortstondig leven”, op hele noten. Zo mooi. Normaal duurt het heel lang voor ik iets uit mijn hoofd heb geleerd, maar dit onthield ik direct. Wij dachten op punten wat anders: maar er was en is wederzijds respect. Jaren ook heb ik iemand in een Reformatorisch verzorgingstehuis mogen bezoeken. Nergens – en ik ben toch in aardig wat huizen geweest – was de sfeer zo goed als daar. Vroom. Oprecht. Betrokken. Zorgzaam. Personeel en bewoners. Psalm 133:3 [berijmd: “Waar liefde woont . . .”] in de praktijk.

De kerkgemeenschap waarin ik zelf ben opgegroeid [Zevende-dags Adventist] was en is heel positief. Niet dat ik het overal mee eens was of ben, of dat iedereen over mijn bovenstaande uitlatingen nu de vlag zal uithangen: maar de ruimte is er. Ook smaken verschillen. Maar de zorg voor de ander is ontroerend. De kerkgemeenschap in Middelburg kende een heel open, vriendelijk karakter. Behoudend, maar wel ruimdenkend.

 

Wat uw site betreft zou ik het volgende aanraden:

1 neem de ander serieus. Beantwoord de antwoorden niet schertsenderwijs of sarcastisch, en niet op betweterige toon. Dat werkt averechts: het komt de geloofwaardigheid van uw betoog niet ten goede.

Op de een of andere manier deed het mij soms denken aan wat ds. Hendrikse op p. 39 van zijn al eerder genoemde boek zo mooi verwoordt: “In ons land en in onze overwegend ‘(post)christelijke’ cultuur zijn de meeste a-theïsten in feite a-christenen: zij wijzen de christelijke godsopvattingen af. Die afwijzing kan, afhankelijk van achtergond en karakterstructuur van betrokkenen, variëren van betrekkelijke onverschilligheid – ‘allemaal onzin’ – tot grote felheid.” En een andere soort atheïsten, die hij als de ‘atheïstische elite’ karakteriseert, schrijft hij de volgende kenmerken toe: “agressief, zelfvoldaan, rationeel, opvallend gebrek aan (goede) humor”.

Nu wil ik niet zeggen dat uw site hiermee gekarakteriseerd is, maar soms denk ik toch . . . . .

 

2 maak uzelf openbaar; zeg wie u bent, en/of vertel wat uw achtergronden en / of ervaringen zijn;

 

3 ga dieper op de materie in. Men dient redenen aan te voeren op grond waarvan men dat dan wel aannemelijk acht. Betrek theologen bij uw site. Onderbouw uw stellingen; bestudeer aard en vorm van de tegenstrijdigheden: zo zijn sommige verschillen te herleiden tot verschrijvingen; andere hebben denkelijk een theologische achtergrond: daar heeft de schrijver of de redacteur hoogst waarschijnlijk zijn brontekst doelbewust veranderd.

 

4 ga met wat meer liefde om met de erfenis van het Reformatorisch gedachtengoed. Er zijn heel veel goede, mooie dingen in te vinden. Het is waardevol. En naar mijn opvatting is veel nog waar ook.

 

Over mijn eigen opvattingen over de aard van het Schriftgezag is nog veel te schrijven. Dat hoop ik op een later tijdstip te mogen doen, mede op basis van mijn tekstkritische studies.

 

Tenslotte nog dit. Voel ik mij als gelovige meer als een niet-gelovige [of medegelovige]? Absoluut niet. In mijn naaste familie zijn evolutionisten en atheïsten: en wat zij doen: zorg voor de vluchtelingen, zorg voor de armen, zorg voor de zieken, zorg voor de eenzamen, altijd iedereen proberen te helpen, zonnetjes in hun omgeving. Kijk naar de humanisten. Wat voor geweldig werk die hebben gedaan en nog steeds doen! Ik acht hen vele malen hoger dan mijzelf. En die zouden niet gered zijn/kunnen worden? Zeker, ik geloof. Maar niet dat de Heere een kruideniersmentaliteit heeft [Matth. 25:31-46; Lucas 10:25-37 (de Samaritanen geloofden alleen in de vijf boeken van Mozes, en hadden een andere tempel – cf. Joh. 4:20-24)].Ik geloof dat de Heere terugkomt en dan deze hele puinhoop, die chaos die het weer is geworden, weer helemaal zal herstellen. Ik geloof in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat is mijn grootste hoop. En wie gelooft, laat die toch bidden om een kosmologische amnestie. Het tweeledige gebod van de liefde zoals Christus dat aanhaalt uit het Oude Testament is meer dan de moeite waard. Paus Franciscus zei in zijn openingstoespraak dat hij samen wilde werken met allen die van goede wil waren. Heel positief. Of men dan Jood is, Islamiet, Hindoe of Boeddhist, Christen [Rooms Katholiek of Reformatorisch, PKN, Hersteld Hervormd, Gereformeerd in al zijn scharkeringen, Doopsgezind, Baptist, Zevende-dags Adventist], of wat dan ook: het maakt mij niet uit. En zoals de Boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh heeft geschreven: laten wij Vredeleven.